zaterdag 22 februari 2020

Brexit, angst en democratie

Pas heb ik een film gezien over de Brexit, ‘The uncivil war’. Het verhaal ging over het Brexit referendum en focust op de leiding van de ‘leave’ campagne en vooral op de persoon van Dominic Cummings, de campagneleider. Een aanrader om te kijken, met een vreemde gewaarwording dat je weet hoe het afloopt en toch het gevoel hebt dat je naar een science fiction thriller kijkt. De wijze waarop de campagne in deze speelfilm wordt weergegeven, helpt je echt van elke naïviteit af. De leiding van de campagne zocht en vond precies de juiste termen om mensen te laten stemmen voor ‘leave’. Heel knap om het maatschappelijke sentiment aan te voelen en te vertalen naar knoppen waar je op kunt drukken om jouw doel te bereiken. Soms ook dus letterlijk knoppen, op facebook en andere social media. In dit geval was het sentiment samen te vatten in de slogan ‘take back control’, waarbij het gevoel werd aangesproken dat het land out of control was, door vreemde machten van buiten.
Razend interessant om te zien hoe iemand met een duidelijk doel voor ogen, dat weet te realiseren. Zonder een duidelijk doel en een enorme drive komen dingen niet tot stand. Echter, de film maakt ook duidelijk dat je wel een plan kunt hebben om iets voor elkaar te krijgen, maar dat dit niet per se betekent dat je dan ook weet hoe het daarna verder moet. Je kunt alles op alles zetten om bv. die fantastische zeilreis rond de wereld te maken, obsessief geld sparen en botenbeurzen aflopen, maar als je dan eenmaal met de net gekochte boot de haven verlaat geen idee hebben hoe verder. Groot Brittannië moest uit de EU. Het doel heiligde alle middelen, alles werd uit de kast gehaald. Het losgemaakte sentiment om het doel te bereiken bleek heel krachtig en ook niet zomaar weer terug in de fles. Maar wat wilde Cummings daarna? De film geeft geen houvast dat er van tevoren was nagedacht wat de emoties in de campagne zouden kunnen betekenen op de langere termijn.
Maar je ziet dit gedrag wel vaker in de politiek maar ook op andere terreinen in onze maatschappij. Je wilt iets bereiken en probeert zo goed mogelijk op de knoppen te drukken, waarvan je verwacht dat dit het effect heeft dat je zoekt. 
Onder de meest effectieve knoppen liggen gevoelens van angst en verlies. Neem Hugo de Jonge, die graag partijleider van het CDA wil worden, en pleit voor beperken van immigratie. Of Hans de Boer, voorzitter van werkgeversorganisatie VNO-NCW, die de noodklok luidt over het lerarentekort, omdat dit de economie en dus de positie van bedrijven op termijn zal beschadigen. Angst wordt gevoed door wantrouwen over de motieven van anderen. Alleen kennis is geen antwoord op angst. Hoe komen we tot meer vertrouwen? Hoe voorkomen we dat we in de kramp schieten en/ of verlamd raken door angst? 
Een Vlaamse psycholoog, Bram Vervliet, stelt dat je je angsten moet aangaan. Dat geldt ook voor angst voor het onbekende of de onbekende, wat in extreme vormen racisme heet. Racisme kun je te boven komen. Hoe meer we in contact komen met mensen uit andere culturen, hoe minder bang we zijn, zegt Bram Vervliet. De Albanese filosoof Bleri Lleshi pleit ook voor het series nemen van angst. Hij zegt: ‘Doordat we niet met angst leren omgaan wordt het groter, erger. Het isoleert. We leven in tijden waarin angst heerst én niet mag bestaan’. Mensen krijgen dan een onverschilligheid over zich, worden cynisch. Lleshi ziet politici cynisme als een trucje gebruiken, om zelfverzekerd over te komen halen ze anderen onderuit. De Brexit campagne was daar wel een modelvoorbeeld van. Wantrouwen wordt dan gevoed en democratie wordt daarmee verzwakt, immers de suggestie wordt gewekt dat ‘anderen’ het niet goed met jou of met het land voorhebben. Voor je het weet, zoeken we met z’n allen naar meer controle. Democratie drijft juist op het weten dat de ‘meeste mensen deugen’, om de boektitel van Rutger Bregman maar aan te halen. Filosoof Lleshi pleit voor moed, actieve hoop en liefde, om de wortels van de angst te uittrekken. Je angst onder ogen zien doe je door bewust in gesprek te blijven, ook met andersdenkenden. 

zondag 22 september 2019

Twitter, democratie en de 'anti-alles' boosheid


Sommigen van jullie weten het al, misschien is het voor anderen nieuws. Ik zit op Twitter. Ik volg vooral, tweet soms zelf. Ik volg mensen die twitteren over gezondheidszorg maar ook politici, vooral lokaal, en enkele accounts die gaan over klimaatverandering, verduurzamen van vastgoed en energie besparen. Maar ik volg ook een aantal geloofsgerelateerde accounts, bv. JJ. van Peperstraten, alias de twitterpadre en soms echt heel grappig, maar ook Rikko Voorberg en Stefan Paas, theoloog des Vaderlands. 

Anti-alles

En ja, alle vooroordelen over Twitter kloppen. Het is soms een open riool. Begrippen, waar ik in mijn jeugd bewust of onbewust van heb geleerd ze te mijden of slechts in historische of academische context uit te spreken, vliegen je om de oren. Want ik ben van ver na de oorlog, maar geen haar op mijn hoofd die eraan denkt in een conversatie iemand voor racist, nazi of fascist uit te maken. En ik kan jullie verzekeren, deze begrippen zijn nooit ver weg in de antwoorden die met name de accounts die ik volg rond geloof en religie krijgen. Maar ook de Twitteraccounts die gaan over het klimaat hebben er veel mee te maken. De accounts die er zo met gestrekt been in gaan, delen een aantal kenmerken. Er staat een Nederlandse vlag in hun profiel, bijna altijd hebben ze een avatar (ze zijn dus niet herkenbaar), ze lijken vooral te twitteren als reactie op anderen (of anders over hun huisdier of de kinderen) en zijn vooral ‘anti’. Anti-moslim, anti-Parijs akkoord, anti-migratie, anti-Brussel, anti-religie. Er deugt niets van de overheid, van de politie, van de buren. Hen is duidelijk op de een of andere manier groot onrecht gedaan. Maar ze hebben ook duidelijk helden. Simon Rozendaal als het om klimaat gaat, de Telegraaf als het over Europa gaat, en ja, natuurlijk ook Geert Wilders en Thierry Baudet over deze thema en alles wat met migratie te maken heeft.

Democratie en het moreel oordeel

En daar ben ik wel door gefascineerd geraakt, hoe werkt dat, wat trekt mensen zo aan in de ‘anti-alles’ boodschap? Ik realiseer me dat ik kennelijk een morele mening over heb. Kennelijk vind ik dat je ‘zo niet mag denken’.
Linke soep, denken dat een ander iets niet mag denken, of vinden. Immers, iedereen heeft recht op een eigen mening. En we leven in een democratie, dus dan mag je echt heel veel zeggen. Ben ik ook niet een beetje elitair om mensen die anti zijn, moreel af te doen? Een democratie vraagt toch juist om debat? Een democratie kan dat ook hebben, toch? 

Ons gaat het in ieder geval nog goed?


Democratie is kwetsbaarder dan we willen, zien we vandaag de dag in Groot Brittannië of de Verenigde Staten. Het mooie boek met de titel Ons gaat het in ieder geval nog goed, van de schrijfster Ingrid Hoogendijk vertelt een waargebeurd verhaal. De schrijfster heeft uit de nalatenschap van haar tante een enorme hoeveelheid brieven gekregen. De brieven zijn geschreven door haar grootouders en de leden van hun gezin, vier dochters en twee zonen. Dit Hollandse gezin woonde sinds 1922 op een mooie boerderij in Oost Pruisen. Het gezin maakte daar de opkomst van het nationaal socialisme en de Tweede Wereldoorlog mee. De oudste zoon wordt teruggestuurd naar Nederland, om dienstplicht te mijden. De oudste drie dochters trouwen halverwege de jaren 30 met Duitse mannen. Er ontstaan felle discussies in het gezin tussen de gezinsleden, en verwijdering, letterlijk en figuurlijk. De brieven gaan over en weer en geven een inkijkje in een tijd die ver achter ons ligt en een land dat niet meer bestaat. Maar door de prachtig geschreven en levendige brieven komt het wel heel dichtbij. En ineens hoorde ik in die nare twitterberichten echo’s. Als je luistert, kun je er ook een groot verlangen in horen. Naar herstel van eer en duidelijkheid, een verlangen naar ruimte en bescherming, naar waarheid, wat dat dan ook is. Verlangen ja, maar wel verpakt in afschuwelijke teksten, die doelbewust kwetsen.

Het past me niet om onze tijd parallel te trekken aan de tijd van toen. Ik wil er wel van leren. De dochters Hoogendijk wilden de schaduwen niet zien, niet luisteren naar kritiek en ik kan wel zeggen, de anti-alles twitteraars ook niet. Dat heeft Twitter ook heel makkelijk gemaakt: je kunt namelijk iemand die je niet bevalt, gewoon blocken. Eens te meer reden om wel te blijven kijken naar waar je het niet mee eens bent, want als je niet kijkt, kun je ook niet zien, ook al is wat je ziet niet fraai. Eens te meer reden om niet te zwijgen, uit gemakzucht, uit frustratie, ook als wordt er toch niet geluisterd, of als je voor rotte vis wordt uitgemaakt. En vooral reden om te doen, om te laten voelen dat het ook anders kan. De verbinding is verbroken, en wordt niet vanzelf weer heel. Daar moet hard voor worden gewerkt. 




maandag 25 februari 2019

Van Obama naar Nashville


Niet dat ik een fan ben, maar ik kreeg de biografie van Michelle Obama zomaar gekregen bij mijn afstudeerfeestje. Een ‘onamerikaans’ open en eerlijk boek. Nuchter van toon, en ik merkte dat het daardoor steeds interessanter en boeiender werd. Ze beschrijft haar leven in drie delen (als kind, als jonge vrouw, als echtgenote van Barack) en analyseert zichzelf en haar keuzes scherp. Uit haar boek spreekt een enorme schatplichtigheid aan haar achtergrond, haar roots. Ze kiest er, na een korte periode op een gerenommeerd advocatenkantoor voor, om mensen die vaak gepasseerd worden op de voorgrond te zetten en hen kansen te bieden. Vanuit de overtuiging dat diversiteit inspireert tot vernieuwing.
Ze reflecteert op het thema diversiteit op het moment dat de inauguratie van Donald Trump plaatsvindt. Ik citeer een stukje: “Ik zat voor de derde keer op de tribune voor de inauguratie voor het Capitool (..). Die opwindende diversiteit van de vorige twee inauguraties was weg, vervangen door wat een lusteloze eentonigheid leek (..) Wat ik wist door het werken in een professionele omgeving – van het rekruteren van nieuwe advocaten voor Sidley & Austen tot het aannemen van personeel voor het Witte Huis – is dat hetzelfde zijn, meer van hetzelfde voortbrengt, totdat je een bewuste poging gaat ondernemen er iets aan te doen.”

Hoewel in de biografie nauwelijks wordt gesproken over het geloof (en hoe ‘onamerikaans’ is dat!) lees ik uit de levensbeschrijving een diepere bezieling, een verlangen naar een betere wereld voor juist die mensen die aan de rand staan. Misschien vond dat juist nu bij mij weerklank omdat we met de denktank 'Johannes in de wijk' zo bezig zijn met de wijk en de nood die daar is proberen te begrijpen. We bespraken dat de bewoners van Overvecht heel divers zijn, en dat dat eigenlijk iets is om te vieren, om te vernieuwen, als het ons lukt om elkaar echt te ontmoeten en de verhalen van al deze mensen te horen en te delen. 

Het huis van verhalen viert de diversiteit. 

En ja, dan is de link naar die ellendige Nashvilleverklaring ook nog in het nieuws. Daarom wil ik jullie een tekst voorleggen, die hangt op de deur van Coventry Cathedral in London. Ik heb 'm vertaald en enigszins aangepast om nog meer aan te sluiten bij een echte kerkelijke presentie in de wijk voor Overvecht.
WELKOM

Hier zijn mensen welkom die alleenstaand zijn, getrouwd of juist gescheiden,
in de rouw of straalverliefd zijn, homo, stinkend rijk of zo arm als een kerkrat zijn.

Van harte welkom zijn alle huilende baby’s en enthousiast stuiterende peuters en kleuters.
Je bent hier welkom als je kunt zingen zoals Pavarotti en als je liever maar wat zacht voor je uit humt. Je bent welkom als je zomaar even komt kijken, net wakker bent of net uit de gevangenis. 

Het maakt ons niet uit of je Roomser bent dan de Paus, of geen kerk van binnen hebt gezien sinds die ene keer met Kerst jaren geleden.

Hier ben je van harte welkom als je de zestig gepasseerd bent, maar nooit volwassen bent geworden of als je een tiener bent die te snel volwassen wilt zijn. Hier zijn muntthee moeders, voetbalvaders, rollator gebruikers, aan lager wal geraakte artiesten, bomenknuffelaars, koffieliefhebbers, vluchtelingen met of zonder status, vegetariërs en zoetekauwen van harte welkom. 

Hier zijn mensen welkom, die proberen af te kicken van hun verslaving of nog verslaafd zijn. We heten iedereen van harte welkom die problemen kent, er even doorheen zit of niet van georganiseerde religie houdt (daar houden wij ook niet zo van).

Onze deur staat voor je open als je denkt dat de aarde plat is, als je te hard werkt, niet werkt, niet kunt lezen of schrijven, of als je met je oma die kwam logeren mee naar de kerk moet.

Wij heten mensen met en zonder tattoos en piercings van harte welkom. Weet je welkom als je juist op dit moment wel een gebed kunt gebruiken, of als jou het geloof door de strot is geduwd toen je kind was of als je de verkeerde kant van het station ben uitgelopen en hier per ongeluk bent beland. Wij heten pelgrims, toeristen, zoekers en zieners, twijfelaars en JOU van harte welkom!


vrijdag 13 maart 2015

Zorgorganisaties failliet door hun vastgoed?



Kwaliteit van zorg is niet eenvoudig te definiëren. Wat is goede zorg? Het antwoord hangt af van het perspectief van degene die je het vraagt. Gemeenten hebben een ander antwoord dan verzekeraars. Familie heeft een ander antwoord dan de cliënt, en zorgverleners hebben weer een ander antwoord. Kwaliteit van langerdurende zorg wordt door vele factoren bepaald. Zonder pretentieus te zijn beweer ik dat huisvesting en vastgoed zeker kunnen bijdragen aan de kwaliteit van de zorg. En tegelijk stel ik ook het tegenovergestelde: slechte huisvesting en ongezond vastgoed doen af aan de kwaliteit van zorg. 

Kwaliteit van vastgoed


De kwaliteit van het gebouw waarin het verblijf of de behandeling plaatsvindt heeft impact op het welbevinden van de cliënt. Uitstraling en comfort dragen bij aan een ‘healing environment’. Als huisvesting niet past bij de zorgvorm, hindert het gebouw de professional en de cliënt. Het gebouw leidt af, met kans op fouten door de professional, en gevoelens van onveiligheid bij de cliënt. Tot zover kan iedereen dat wel navoelen. Maar is het niet ver gezocht, zelfs ‘over de top’, om te stellen dat een gezonde vastgoedportefeuille bijdraagt aan de kwaliteit van zorg? Natuurlijk! Kwaliteit van vastgoed wordt bepaald door juridisch en economische parameters. En er is echt geen verband tussen het resultaat van een intensieve en langdurende behandeling en de huurovereenkomst voor het gebouw waarin die behandeling plaatsvindt. En waarom zou in een slecht presterende vastgoedportefeuille niet toch goede zorg kunnen worden geboden? Een slecht presterende (lees: dure) vastgoedportefeuille kan juist een hoge kwaliteit van huisvesting kennen, waardoor de omstandigheden voor patiënt en zorgmedewerker uitstekend zijn. Uiteindelijk is het hierbij wel de vraag of de zorgorganisatie op termijn voldoende middelen overhoudt, om te blijven bestaan. 

Een voorbeeld uit de jeugdzorg


Zorgaanbieders leggen zelf een direct verband tussen een dure vastgoedportefeuille, faillissement van de zorgorganisatie en de bedreiging van de continuïteit van de zorg.

Ook in de publieke opinie wordt snel een link gelegd tussen de kwaliteit van langdurende zorg en de prestaties van een vastgoedportefeuille. Een recent voorbeeld dat deze stellingname onderschrijft is de casus Zonnehuizen. Uit het onderzoeksrapport van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport uit 2012 naar deze casus valt af te leiden dat de bestuurders van deze organisatie onvoldoende aandacht hadden voor een gezonde bedrijfsvoering, waardoor de organisatie uiteindelijk failliet is gegaan. Dit mismanagement wordt in het genoemde onderzoeksrapport onder andere ‘bewezen geacht’ door de slechte kwaliteit van huisvesting: de inspectie voor Volksgezondheid zou zelfs hebben gezegd dat dit in “deplorabele staat verkeert”. Noodzakelijk geachte (ver)nieuwbouwplannen werden niet opgepakt, de waarde van het vastgoed is te lang te hoog gewaardeerd. Toen uiteindelijk een reële waardering van het vastgoed plaatsvond, bleek faillissement onafwendbaar. Door de onzekerheid rond het faillissementstraject signaleert het rapport dat de kwaliteit van de zorg ook in het geding raakt. Het eerder aangehaalde onderzoeksrapport: “Sinds het uitspreken van het faillissement op 27 december 2011 is er sprake van een cumulatie van spanning en onzekerheid onder cliënten en medewerkers. Hierdoor nemen de risico’s met betrekking tot de continuïteit en kwaliteit van zorg en de veiligheid voor cliënten toe. Bovendien zijn de randvoorwaarden voor het bieden van verantwoorde zorg niet voldoende op orde.” 

Vastgoed als peilstok voor goed bestuur?


In de publieke opinie wordt aangenomen dat het belang van de cliënt niet voorop stond bij de bestuurders, als de organisatie failliet gaat. Management dat integraal handelt, wordt geacht in staat te zijn een gezonde bedrijfsvoering te voeren, waar huisvesting en vastgoed onderdeel van uitmaken. Het beperken van juridische en financiële risico’s van vastgoed, vraagt om aandacht en actie van een zorgaanbieder. Tot op heden was er weinig aandacht voor risico’s van vastgoed in de langerdurende zorg: in de AWBZ bijvoorbeeld, werden kosten voor vastgoed tijdens de exploitatie neergelegd bij het collectief.

De verwachting is dan ook, dat de opgave voor bestuurders in de zorg de komende jaren zich zal afspelen op het vlak van integraal denken & handelen én integriteit. De verbinding tussen de kwaliteit van de geleverde zorg en een gezonde bedrijfsvoering, loopt via de organisatie-integriteit. Hier bedoel ik mee dat bestuurders en medewerkers in een zorgorganisatie zich meer en meer zullen gaan gedragen als ethische maatschappelijke ondernemers, die zich bewust zijn van de veranderende omstandigheden in het veld. Bestuurders, managers en medewerkers hadden als het goed is bij hun eigen handelen al aandacht voor integriteit, maar door de veranderende context krijgen zij behoefte aan meer integere en meer transparante processen binnen hun organisatie. En vanuit die behoefte, zullen die processen hopelijk ook worden ontwikkeld en ingericht.


Bron: paper E. Bezemer, Executive MBA Nijenrode, Modele Markt, Recht en Ethiek

donderdag 12 maart 2015

Vastgoed en de transitie van de jeugdzorg

Bij de transitie van de jeugdzorg is het onderwerp huisvesting en vastgoed nauwelijks in beeld van de wetgever. Het is natuurlijk ook best lastig: de jeugdzorg werd voor 2015 vanuit verschillende overheden aangestuurd en die hadden allemaal eigen regels rond de (financiering van) vastgoed.

Provinciale jeugdzorg

Binnen de provinciaal gefinancierde jeugdzorg waren de provincies vrij om zelf te bepalen hoe zij huisvesting organiseerden voor de jeugdzorg. In veel provincies kwam het erop neer dat de provincie van bestaand vastgoed (grond en opstallen) het eigendom overdroeg aan een jeugdzorgaanbieder. Ook was het mogelijk dat de provincie, in overleg met de jeugdzorgaanbieder, nieuwbouw realiseerde en ook het eigendom overdroeg. Elke provincie bepaalde zelf hoeveel geld er naar de jeugdzorg ging, en had vaak ook eigen kwaliteitsstandaarden. Sommige provincies hebben een ‘klem’ op het vastgoed: het mag niet verkocht worden zonder overleg en de opbrengst moet terugvloeien naar de jeugdzorg of naar de provincie. Andere provincies hanteren deze klem niet.
Alle provincies deden aan lump sum vergoedingen: de zorgaanbieder werd betaald per (opgestart) zorgtraject. Uit deze vergoeding moest ook het vastgoed worden bekostigd. 

Jeugdzorg vanuit de AWBZ

Vastgoed dat binnen de AWBZ gerealiseerd is, voldeed aan de op dat moment geldende landelijke kwaliteitseisen. Deze kwaliteitseisen kwamen tot stand door klassiek polderen, met zorgaanbieders, zorgverzekeraars en overheid, en waren direct gelinkt aan een kostenplafond voor investeringen in vastgoed. Het vastgoedregime binnen de AWBZ ging uit van eigendom van het vastgoed door de jeugdzorgaanbieder. Middelen om vastgoed te realiseren kwamen van de rijksoverheid. Kosten voor exploitatie van vastgoed werden niet meegenomen bij investeringsbeslissingen.
Indien vastgoed werd verkocht, werd meegekeken of de beoogde transactie correct tot stand kwam en de opbrengst marktconform was.

Bekostiging van vastgoed na de transitie

In juni 2014 informeerde de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten (VNG) haar leden over de mogelijkheden voor het inkopen van jeugdhulp, die tot voor kort onder de AWBZ viel en hoe je specifiek kon omgaan met het vastgoed. Kern van deze informatie was dat het Ministerie van VWS een deel van deze kapitaallasten voor haar rekening zou nemen tot en met 2017. Dit zorgt ervoor dat de gemeente niet ineens geconfronteerd werden met deze hoge, en relatief vaste kostencomponent en ook dat de jeugdzorginstellingen enige zekerheid hadden. De VNG schrijft dat vanaf 2018 gemeenten en aanbieders integrale tarieven kunnen afspreken. Kunnen, niet moeten. Gemeenten zijn niet verplicht de vastgoedportefeuilles zoals deze nu zijn, duurzaam te blijven bekostigen. Dit kan betekenen dat gemeenten wel zorg willen afnemen van zorgaanbieders, maar niet al het  vastgoed willen subsidiëren. Duidelijk is nu al te zien dat gemeenten aansturen op vergaande ambulantisering en daar heeft een zorgaanbieder steeds minder vastgoed voor nodig. Het gevolg zou kunnen zijn dat zorgaanbieders het bestaande vastgoed niet meer met een gezond rendement kunnen exploiteren en hierdoor op termijn in financiële problemen raken.

woensdag 11 maart 2015

Huisvesting en vastgoed: twee kanten van dezelfde medaille

De begrippen huisvesting en vastgoed in de zorgsector

De begrippen ‘huisvesting’ en ‘vastgoed’ worden vaak in één adem genoemd. Zeker in een maatschappelijke sector als de gezondheidszorg, maar net zo goed in het onderwijs. Men zou kunnen gaan denken dat de begrippen onderling uitwisselbaar zijn. Maar huisvesting en vastgoed zijn niet elkaars synoniem, en dus is, zeker in de maatschappelijke sector, huisvestingsbeleid iets anders dan vastgoedbeleid. Binnen een zorgorganisatie levert dit misverstand spraakverwarring op tussen professionals uit het primaire proces en collega's of zelfs externen die bezig zijn met huisvesting en vastgoed. Da's onnodig. 

Huisvesting in de zorg

Het woordenboek geeft als betekenis voor huisvesting: het geven van onderdak, of dat onderdak.
In de zorgsector heeft het begrip huisvesting voor mij  een bredere connotatie, die te maken heeft met de activiteit die onder dat ‘onderdak’ plaatsvindt. Bij huisvesting draait het om de fysieke ruimte om in te verblijven. Als we spreken over kwaliteit van huisvesting in de zorg denken we aan comfort, maar ook aan functionaliteit. Kwaliteit van zorghuisvesting refereert aan eigenschappen van die huisvesting die het mogelijk maken om die zorg te verlenen waaraan behoefte is: een ruime kamer, het binnenklimaat is aangenaam, de ruimte is licht etc.

Vastgoed in de zorg

Het begrip vastgoed wordt in het dagelijks taalgebruik vaak gebruikt met connotaties zoals eigenaarschap, rendement en vermogen. Economische en juridische begrippen dus. Als er gesproken wordt over kwaliteit van vastgoed, gebeurt dat meestal met die economische en juridische blik: ‘goed’ vastgoed is vastgoed dat een mooi rendement oplevert, en dus een goede belegging is. Waarbij duidelijk mag zijn dat de hoogte van het rendement waar een vastgoedbelegger met zijn portefeuille naar streeft, afhankelijk is van de functie die het vastgoed heeft en de termijn waarin hij dat rendement wil halen. Bij een vastgoedportefeuille met kantoren en winkels, past een andere tijdshorizon en een ander rendement dan bij een portefeuille met woningen en zorggebouwen. Ik hecht eraan te zeggen dat beide genoemde vastgoedportefeuilles hun waarde hebben en even aantrekkelijk kunnen zijn: dat hangt af van de mindset, het perspectief, het doel van de belegger die naar een belegging zoekt.

Balans


De verzameling van gebouwen die zorgaanbieders gebruiken voor het verlenen van zorg worden binnen die zorgorganisatie soms bekijken vanuit het perspectief van huisvesting, soms soms vanuit het begrip vastgoed. Beide perspectieven zijn nodig en waardevol, vanuit beide perspectieven moet beleid worden gemaakt. Essentie daarbij is dat hierin beide perspectieven bij elkaar worden gebracht en in balans kunnen raken bij de uitvoering van het beleid. Als echter sprake is van onbalans, gaat het mis en kunnen de gevolgen groot zijn. Wordt teveel nadruk gelegd op het realiseren van goede huisvesting, dan raakt de kosteneffectiviteit uit het oog en wordt de portefeuille te duur. Ligt de focus op goed vastgoed, dan kan de functionaliteit van het vastgoed voor het primair proces uit het oog raken, waardoor de kwaliteit van zorg in het geding raakt.    

Bron: paper E. Bezemer, Executive MBA Nijenrode, Modele Markt, Recht en Ethiek

zaterdag 23 februari 2013

College Sanering en de toekomst

Wat moet dat heerlijk zijn: als columnist voor de Zorgvisie elk jaar hetzelfde onderwerp kunnen gebruiken en dan je eigen woorden aanhalen (het lijkt Jacques Brel wel) om je standpunt weer te geven.

Klaas Meersma, partner bij AKD advocaten&notarissen, schrijft al zeker drie jaar op rij over zijn weerzin tegen het College Sanering. In zijn meest recente tekst, van 27 juli 2012, schiet hij op het College aan de hand van het jaarverslag.
Nou heb ik in mijn werk ook niet alleen maar zegeningen ervaren van dit College. Maar om het nu zo belachelijk te maken zoals Meersma doet, dat gaat me te ver. Met name het op de man spelen, op de personen van de directie en de gemachtigden, daar houd ik niet van. Want de argumenten, daar gaat het om.

De stelling van Meersma is, dat het toezicht houden op het vervreemden van onroerend (zorg)vastgoed geen publieke taak is.
Helaas lees ik in zijn columns nergens een argument om deze stelling, die overigens heel interessant is, te ondersteunen. Wat is wel zie is dat hij de vorm, het College Sanering dus, waarin die toezichthoudende taak wordt uitgevoerd onderuithaalt.

De vorm

En hoewel dus de wijze waarop Meersma dat doet, niet de mijne is, kan ik me wel vinden in het ter discussie stellen van het in stand houden van een zelfstandig bestuursorgaan voor een taak die tot nu toe zeer beperkt is. Ook heb ik vraagtekens bij de vorm waarin het toezicht wordt gehouden: met een pool van onafhankelijke (maar wat is onafhankelijk?) zzp-ers. Het is een set van vaak gepensioneerde old boys (het zijn echt bijna alleen maar mannen) in het zorgvastgoed die de rol van gemachtigden invullen. In de praktijk gaat het, los van de kwestie of nu echt de juiste expertise aan tafel zit, wringen dat de gemachtigden alle tijd van de wereld hebben en vastgoedcasus zien als een hobby, waar de zorgorganisatie haast heeft en wil doorwerken. Elk uur dat de gemachtigde aan een casus besteed, mag hij declareren, dus gevoelsmatig lijkt er wel 'ns wat te worden gerekt.
Het tempo van het bureau in Utrecht is eveneens van ambtelijke kwaliteit en dat samen zorgt niet voor geringe frustratie bij zorgorganisaties. Transacties in het vastgoed zijn niet gebaat bij lange procedures, met aan het eind altijd nog een dichte mist of het College Sanering nu wel of niet goedkeuring gaat geven. Onzekerheid drukt de prijs, zullen we maar zeggen.

College Sanering en de extramuralisatie


Ik heb al eerder geschreven over de gevolgen van het scheiden van wonen en zorg (dat nu tegenwoordig zelfs helemaal vervangen is door het principe van extramuralisatie) in relatie tot het College Sanering. Reikhalzend heb ik uitgekeken naar de nieuwe beleidsregels hoe dit College om zou gaan met het vervreemden van al dat vastgoed. Het woord 'tsunami' is van toepassing op het aantal te verwachtten aanvragen. Gelukkig is per 14 februari 2013 duidelijk geworden dat je het wel moet melden als je aan kamerverhuur gaat doen en dat het College aan zal geven of goedkeuring is vereist. Duidelijk is dat zij ervan uitgaan dat dit meestal wel het geval zal zijn. Echter, het College geeft grootmoedig aan dat zij niet bij elke individuele kamer een besluit zal gaan nemen, maar meer op hoofdlijnen voor een complex. Dit lijkt in ieder geval de betrokkenheid van gemachtigden in deze processen te waarborgen.

Het rapport van Berenschot van januari 2013 met de voorspelling dat 800 verzorgingshuizen gesloten zullen gaan worden omdat het niet mogelijk zal blijken om huurprijzen te vragen die nodig zijn om de kosten te dekken, klinkt dramatisch. De sluiting van een verzorgingshuis hangt, vreemd genoeg, niet alleen af van financiële parameters. De behoefte aan deze voorzieningen is niet ineens weg in de komende twee of drie decennia. Ouderen zullen gaan ervaren dat alternatieven soms niet haalbaar blijken (bv. thuisblijven wonen in een woning met trap, met de kinderen aan de andere kant van het land). Mensen zullen moeten wennen aan het gegeven dat ze meer moeten betalen voor hun huis en hun zorg. Maar als de kwaliteit van de zorg en de huisvesting goed is en de druk maar hoog genoeg, dan wordt alles vloeibaar. Echter, voor mij blijft het een open vraag of zorginstellingen en corporaties elkaar in de nieuwe onderlinge afhankelijkheid kunnen vinden en niet te veel en te snel in de wielen worden gereden door procedures vanuit een instituut als het College Sanering.